Mens en geschiedenis in Crooswijk

terug naar initiatieven

Kunnen we de dood nog steeds beschouwen als het grootste taboe van de moderne tijd? Deze en andere vragen komen tijdens een reeks historisch getinte colleges van Hogeschooldocent Rob Arnoldus aan de orde. Parallel hieraan gaan een tiental studenten van de opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming (CMV) van de Hogeschool Rotterdam onder de noemer van het ‘project Mens en Geschiedenis’ bewoners van de wijk Crooswijk bevragen over de dood.

Hoe geven de Crooswijkers vorm aan ‘hun’ uitvaartrituelen en wat zijn de zichtbare gevoelsuitingen rondom dit thema? Niet toevallig is Crooswijk als locatie gekozen.Tot in de negentiende eeuw was het de gewoonte om doden in en rond kerken te begraven. Toen dit in 1827 werd verboden gaf dit de gemeente aanleiding om in 1832 een algemene begraafplaats aan te leggen.

De bewoners van Crooswijk lijken inmiddels volledig vertrouwd met de fysieke nabijheid van ‘de dood’. De Rusthoflaan wordt zelfs omgetoverd in een uitvaart-winkelgebied – een heuse uitvaartlaan. De initiatiefnemer zien een gat in de markt. Crooswijkers spreken over de komst van een graflaan. Is in Crooswijk het taboe op de dood (toch) nog niet verdwenen?

beeld: wikimedia commons

Over het thema

Over de initiator

Rob Arnoldus (docent Hogeschool Rotterdam, Culturele en Maatschappelijke Vorming) en Gerben van Dijk (projectmedewerker)    

Over de buurt

Crooswijk was tot halverwege de negentiende eeuw een polder. Maar met de groei van Rotterdam ontstonden nieuwe wijken buiten de stadsmuren. In Crooswijk was ruimte voor zowel woonbuurten als bedrijven die veel terrein nodig hadden, zoals de Heineken Brouwerij, Jamin, de veemarkt en het gemeentelijk abattoir. Deze grote bedrijven verdwenen pas in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Op hun voormalige bedrijfsterreinen zijn nu woonbuurten te vinden.  

vrijwilliger-worden facebook