Mijn naam is mevrouw Vleghaar-Poulisse. Ik ben een echte Rotterdamse, ik ben hier geboren en woon er al heel mijn leven. Ik vind het een heel gezellige stad, voor iedereen. Ik heb het wel naar mijn zin, ik doe nog alles. Je zit hier zo bij de stad natuurlijk, alles is er. De stad vind ik het leukste hier. Die is ook altijd leuk geweest ook. En het is altijd gezellig. Mensen zijn hier haast allemaal vriendelijk. En als er eens iets is, dan kun je haast overal terecht. Ik vind dat je hier erg goed geholpen wordt overal. Dat heb ik altijd al zo gevonden.
Ik ben altijd gros geweest op Rotterdam. Ik heb in Rotterdam-Zuid gewoond, ik heb hier gewoond, op de Westzeedijk, ik heb eigenlijk overal gewoond. Ik ben overal bekend. Ik heb het hier goed naar mijn zin, ook omdat ik hier geboren en hier bekend ben.
Maar alles is hier zo veranderd natuurlijk. Vroeger stonden de dieren hier zelfs nog, van de Diergaarde. Dat was natuurlijk prachtig! Voor ons natuurlijk, want wij mochten er gewoon door lopen. Maar ja, we hebben ook veel meegemaakt in de oorlog. Dat was heel erg, heel erg voor de Nederlanders. Ik hoop het nooit meer mee te maken! Verschrikkelijk.
Rotterdam was een gezellige stad. Er waren overal dingen: je kon veel dansen en goed naar de bioscoop – op de Coolsingel bijvoorbeeld. Maar hier zie je met dansen niet zoveel! Als wij op zondag ’s middags naar de Coolsingel mochten, was het prachtig; we dansten, dat was wel leuk allemaal. Ja, je mocht nooit met een jongen mee natuurlijk, dat mocht niet. Wel met een jongen dansen, maar niet zo alleen weg. Nu denk ik dat ze het toch veel beter hebben dan wij! Nu is het allemaal veel losser en mag er van alles gebeuren.
Soms denk ik: ”Jeetjemina, nu is het allemaal honderd maal mooier dan toen wij het hadden.” Mensen konden niet zoveel kopen. Als je vroeger een fiets nodig had, moest je eerst sparen. Je moest sparen, want die waren voor ons niet te betalen. En dat dansen bijvoorbeeld ook, dat kostte allemaal geld. Je moest wel werken. Ja, ik heb genoeg gewerkt. Het was vervelend, het was niet leuk. Tegenwoordig ben je meer vrij dan wij waren.
Ik vind wel dat het nu rommelig is. Er zijn teveel buitenlanders natuurlijk. Je ziet al haast helemaal geen blanke meer! Niet veel meer. Maar ik heb er geen last van. Er zijn genoeg mensen die er een hekel aan hebben, dat kan altijd. Maar hier ook, ik vind het allemaal leuke en aardige meiden die hier lopen! En weet je wat het is, als je hier een buitenlander ziet, dan wordt ie gewoon aangesproken. Hier nemen ze de buitenlanders altijd beter op dan in Amsterdam. Een buitenlander wordt hier gewoon goed geholpen.
Als ik de burgemeester was, zou ik zeker wel iets doen aan de ouderenzorg. Een keer – tijdens een debat met studenten en buurtbewoners – ben ik opgestaan en heb ik verteld wat ik van de ouderenzorg vind: “De bejaarden moeten veel beter geholpen worden. Ik ben niet voor links, ik ben niet voor rechts, maar dáár ben ik voor!” De mensen daar zaten allemaal te klappen. Nou, en ze hebben mij gezegd dat er inderdaad ook iets aan moet gebeuren en dat ze daar voor gaan zorgen.
Verteller: mw. Vleghaar-Poulisse
Schrijver: Grietje Smit
